Zo te zien wordt er in Laos veel nieuw gebouwd, huizen, tempels en zelfs guesthouses, allemaal gemaakt met degelijk materiaal. Als afwerking krijgen de tempels een goudkleurtje en de huizen zeer frisse en opvallende kleuren. Daarnaast zijn er ook nog heel wat dorpen van paalhutten.
Tegen de avond gaan we nog een wandelingetje maken, en zijn we getuige van een drakendans.
Drakendans.
Als je zo lang op reis bent wordt je ook vindingrijk of ontdek je toevallig nieuwe handigheden :
Onze schoenen ruiken niet meer al te fris, ondanks herhaaldelijk
wassen, en als we ze niet ergens buiten kunnen zetten hangen we ze aan
een riem aan de buitenkant van het raam.
We hebben een nieuw systeem gevonden voor onze klamboe, met onze
drie tentstokken maken we een soort van piramide waar we hem kunnen aan
ophangen.
We hebben ontdekt dat onze metalen drinkbussen zo goed isoleren dat
we er makkelijk gedurende 12 uur ijsblokjes in kunnen bewaren.
Zowat
elke dag komen we andere fietsers tegen langs de weg. Vandaag zagen we
een jong koppel uit Canada, en een koppeltje uit Nieuw-Zeeland op
fietstocht voor een maand. Langs de weg krijgen we geregeld
Laotiaanse muziek te horen die klinkt als Latijns Amerikaans met een
ritme dat een beetje salsa-achtig is. Het is heerlijk opgewekte muziek
die aanzet tot dansen. Er wordt ook veel bier gedronken van het merk
‘Beerlao’, in flessen van 640ml, ideale inhoud voor 2 personen. Overal
zie je de opvallende stapels gele bierbakken staan. Naast bier wordt er
ook veel ‘Low Low’ gedronken, een soort whisky gemaakt op basis van
rijst en nóg goedkoper dan bier, kost ongeveer 1$ per liter. Wij lusten
het ook wel, maar dan aangelengd met fruitsap of een of andere prikhoudende frisdrank én ijsblokjes. De meesten hebben een koelkast maar
toch worden er nog veel ijsblokjes verkocht, en wij hebben er stilaan een
goede neus voor gekregen om te weten waar we ze kunnen vinden. In Laos
is het terug makkelijker dan in Cambodja om een eethuisje te vinden
langs de weg.
We
zijn niet de enige fietsers die in het hotel logeren, er zijn nog drie
mannen uit Thailand en een Zwitser. Het ontbijt wordt geserveerd vanaf 6
uur. De eersten die staan aan te schuiven aan het buffet zijn de
fietsers, want die willen natuurlijk zo vroeg mogelijk in de ochtend weer
op de fiets zitten wanneer het nog niet te warm is, ook al is dat
relatief, want ’s nachts daalt de temperatuur hoogstens tot 25°C. Onderweg
krijg ik weer af te rekenen met een langzaam leeglopende achterband, en
zie me verplicht om weer een andere binnenband te steken. Wanneer ik
voor de zoveelste keer de buitenband controleer, vind ik dan toch een
zéér minuscuul klein metalen splinstertje. Maar toch plaats ik voor de
zekerheid ook een nieuwe buitenband. Het landschap wordt steeds
mooier. Soms zeer dorre lege rijstvelden afgewisseld met mooi groene
velden die onder water staan. Dat laatste is alleen maar mogelijk
wanneer er een rivier in de buurt is waar men water kan uit pompen. Voor
velden waar dat niet kan, moet men wachten op het regenseizoen. De
bergen op de achtergrond zorgen mee voor het mooie decor. Het is nu
definitief afgelopen met vlak fietsen.
Het
is met een dubbel gevoel dat we afscheid nemen van Tat Lo. Het is een
zalige plaats om te blijven hangen, maar we weten van onszelf dat een
ganse dag niks doen, niets voor ons is. We leren weer een nieuwe plant
kennen, de maniokwortel of cassave, die in deze regio veel gekweekt
wordt. Het droog seizoen is de ideale periode om de maniokwortel uit de
grond te halen, waarna hij in stukjes wordt gekapt met een kapmes of
machinaal, om daarna te drogen in de zon. Gemalen maniok wordt onder
andere gebruikt voor het maken van rijstpapier, voor de populaire
springrolls, die ook hier geserveerd worden. Na de rondrit langs het
Bolaven Plateau komen we weer in het stadje Pakse, en we gaan terug naar
het hotel waar we vorige keer logeerden, ondanks dat er toen problemen
waren met de airco en wifi. Maar het was het uitstekende ontbijtbuffet
dat de doorslag heeft gegeven.
De
plaatsnamen in Laos kunnen zeer verwarrend zijn door het gebruik van
verschillende namen. Het plaatsje waar we verblijven wordt door iedereen
‘Tat Lo’ genoemd naar een gelijknamige waterval maar de echte naam is
‘Ban Saen Vang’ en dan is de waterval het dichts bij het dorp niet ‘Tat
Lo’ maar ‘Tat Hang’. Na het ontbijt trekken we onze slippers aan
voor een korte wandeling naar ‘Tadlo lodge’ om de olifanten te zien waar
je als toerist een uurtje mee op stap kan, maar wij gaan ze enkel
fotograferen. Wanneer we daar komen zien we dat het nog maar een 350
meter naar de waterval ‘Tat Lo’ is en 3km tot ‘Tat Soung’. We besluiten
dan maar om verder te stappen en ze beiden te doen. Tat Soung zou met
een val van 50 meter de meest indrukwekkendste zijn, maar van een
waterval kan je nog moeilijk spreken want er komt nog amper een
straaltje water naar beneden en dat heeft vooral te maken met de
waterkrachtcentrale die men vlakbij heeft gebouwd. Aan de voet van de
waterval ligt een ‘Etnic minority village’. Het dorp is gebouwd in een
cirkel rond de ceremonie hut, de inwoners zijn zo donker van huidskleur
dat je je ergens in Afrika waant. Ze houden er ook primitieve rituelen
op na. In maart worden er op rituele wijze meerdere buffels geslacht,
nadat de mannen van het dorp met houten maskers hun rituele dans rond
hen hebben gedaan. Het vlees wordt daarna verdeeld onder de bewoners van het
dorp.
Het
profiel van de etappe van vandaag is zowat het spiegelbeeld van deze
van gisteren: 65km bergaf, we moeten amper nog bijtrappen. Onderweg
komen we een jonge Franse fietser tegen die al twee jaar op trektocht is
en nog een jaar te goed heeft. Hij heeft gisteren dezelfde klim als wij
naar het plateau gemaakt, en heeft ook afgezien van de warmte, in die
mate zelfs dat hij halverwege moest stoppen voor een middagdut en pas in
de late namiddag verder fietste. Volgens hem was het 50°C, maar dat is
naar ons aanvoelen minstens 10° te veel. Toch moeten we misschien ons
idee bijsturen dat MJ niet tegen de warmte kan, maar dat het normaal is,
en eerder ik het ben die gewoon heel goed overweg kan met de hitte. Het
klimaat op het Bolaven plateau is ideaal voor het kweken van koffie,
ook wel eens de champagne van koffie genoemd. Grote plantages zijn we
nog niet gepasseerd, eerder kleinere plantages naast bescheiden huisjes. We
fietsen dan ook maar een deel van het Bolaven plateau. In Tat Lo
komen we terecht in een guesthouse dat gelegen is vlak aan een rivier
met prachtig zicht op de watervallen en een balkon waar het heerlijk
zitten is. We hebben meteen het gevoel dat dit de ideale plaats is om
een rustdag in te lassen.
Op Valentijnsdag zijn er waarschijnlijk velen die ontbijt op bed krijgen. Wij doen dit hier alle dagen, althans toch aan de rand van het bed, behalve
vandaag omdat we nog eens in een hotel logeren waar een ontbijtbuffet
inbegrepen is in de prijs. Voor ons hotel komen we Raymond nog eens
tegen, een Amerikaanse fietser die we de afgelopen 12 dagen geregeld hebben ontmoet . Vanaf Siem Reap fietste hij hetzelfde traject als wij, maar
nu zullen onze wegen waarschijnlijk definitief scheiden, want Raymond
fietst vandaag verder noordwaarts richting Vientiane, terwijl wij het
oostwaarts hogerop gaan zoeken op het Bolaven Plateau. We mogen er nog
eens stevig invliegen, want gedurende 52km is het zo goed als constant
bergop, en moeten we een hoogteverschil van 1350 meter maken. Op zich is
dat niet zo’n zware onderneming, maar in combinatie met het warme weer, is
het toch geen eenvoudige klus, vooral dan voor MJ die naar het einde
toe steeds sneller aan een korte rustpauze toe is. Ook in Laos zien
we weer kinderen langs de weg die ons toewuiven, al is het iets minder
uitbundig dan in Cambodja. Ze roepen nu niet ‘Hello’ maar het
Laotiaanse woord ‘Sabaidee’.
Vanochtend
had ik weer een lekke band. We hebben de laatste tijd wel veel lekke
banden, iets waar we in al onze vorige trektochten maar zeer zelden last
van hadden, maar hier is een goede verklaring voor. Vroeger reden we
altijd op ‘Schwalbe Marathon Plus’ buitenbanden, een type waarvan de
fabrikant terecht zegt dat ze ‘onplatbaar zijn omdat ze een extra dikke
beschermlaag hebben. Dit jaar hebben we reservebanden mee van ‘Schwalbe
Marathon Mondial’ omdat deze opgerold kunnen worden en makkelijker mee
te nemen zijn maar helaas niet zo lekbestendig. We hebben vandaag wel
voldoende tijd om nog eens een andere lekke band te herstellen want het
wordt een korte rit van amper 48km tot Pakse maar het terrein wordt wel
steeds heuvelachtiger. Voor de afwisseling nemen we eens vrede met
een relatief duurder hotel (+/-20$ voor een kamer inclusief ontbijt) om
dan te moeten vaststellen dat het internet niet functioneert en de airco
al evenmin. Dat het internet van het hotel niet werkt is geen probleem
want er is nog een vrij toegankelijke WiFi van de buren, maar zonder
airco of ventilator is het op de kamer niet te keren. Ik ga enkele keren
aan de receptie vragen of ze er iets willen aan doen, en pas als ik me
enigszins boos begin te maken mogen we verhuizen naar een andere kamer.
Tijdens
ons ontbijt zijn we getuige van een hele ceremonie : monniken die eten
en drinken ontvangen van het restaurantpersoneel aan de overkant van
ons guesthouse. Meer dan de helft van de Laotianen hebben als geloof het
‘Theravada Boeddhisme’. Elke man brengt minstens 15 dagen van zijn
leven door als monnik, meestal na het beëindigen van zijn studie, en voor
hij begint met werken of huwt. Op deze manier verdient hij al aflaten
voor zijn familie. Elke ochtend gaan al die monniken op stap om eten en
drinken te ontvangen van de mensen, die op die manier ook hopen op een
beter leven na hun wedergeboorte.
Omdat
mijn achterband stillaan leegloopt, wil ik hem enkele keren laten
oppompen aan een herstelplaats voor bromfietsbanden, maar iets wat in
Vietnam en Cambodja nooit een probleem was, kan of wil men hier niet doen,
of ze verwijzen me door naar een concurrent. Hetzelfde fenomeen wanneer
we in de late namiddag op zoek gaan naar een eethuis. Men doet teken
dat we er niet kunnen eten, of wijzen naar een ander eethuis. We krijgen
de indruk dan Laotianen liever lui dan moe zijn, iets wat enigszins
bevestigd wordt wanneer we ’s avonds in de reisgids volgend gezegde
lezen: ‘The Vietnamese plant the rice, the Cambodians tend the rice and the Lao listen to it grow’.
Sinds
enkele dagen zit er een slag in mijn achterwiel, en nu moet ik nog eens
vaststellen dat er ook nog een spaak is afgebroken. We zijn nog maar
enkele kilometers aan het fietsen, of het spatbord aan mijn voorwiel
breekt in twee stukken (nog een gevolg van het transport per trein in
China). Met behulp van een rekker kan ik de stukken spatbord nog aan
elkaar vastmaken. Laat ons hopen dat onze fietsen het volhouden, en dat
we onze reis niet vroegtijdig moeten onderbreken vanwege onherstelbare
technische problemen. Wat het fietsen betreft, beperken we ons vandaag
tot een rit van 43km rond Khong Island. In de namiddag bekijken we nog
eens hoe we de volgende dagen gaan verder reizen door Laos. We hebben
slechts een visum tot 10 maart, en we vrezen dat dit misschien niet
voldoende zal zijn om die delen van Laos te bezoeken die we zouden
willen doen. Mogelijk alternatief is om ons reisplan aan te passen en
halverwege, in Vientiane, de grens oversteken naar Thailand, daar 15 dagen
verder noordwaarts fietsen, en dan met een nieuw visum terug naar Laos
om het noordelijk deel af te werken. Tot slot zouden we dan in 15 dagen
tijd tot in Bangkok moeten geraken. Aan de grens van Thailand kan je
gratis een visum voor 15 dagen krijgen. Dit alles is nog maar een
voorlopig idee, we zullen het nog verder moeten uitpluizen en later
evalueren.
Het
is nog 64km tot de grens over stofferige, maar rustige wegen. Ideaal
moment dus om eens terug te blikken op Cambodja, het land dat we weldra
achter ons laten. Het was een land waar we toch wel even aan moesten
wennen. De eerste twee dagen op de fiets waren eerder saai. Daarna
kwamen we in de hoofdstad Phnom Penh, waar we geconfronteerd werden met
de armoede op straat. En dan kwam er nog het bezoek aan Tuol Sleng
museum, de stille getuige van het schrikbewind van Pol Pot, welke een zeer
diepe indruk ons naliet. We hadden dan ook enkele dagen nodig om dit
alles te verwerken en om onze knop om te draaien. Naar mate we verder
door Cambodja fietsten, veranderde ons beeld over dit land, en
konden we er ook volop van genieten. Zo kwam er de spannende boottocht
van Battambang naar Siem Reap, en dan, als ‘top of the bill’, het
driedaags bezoek aan de tempels van Angkor, voorlopig de meest
indrukwekkende bezienswaardigheid die we op onze reis al zijn tegen
gekomen. Alleen hiervoor is een reis naar Cambodja al een aanrader. In Siem Reap, waar de bezoekers aan Angkor logeren, komt
de meest verwende Westerse toerist aan zijn trekken. Maar Cambodja is
ook een land van tegenstrijdigheden, waar we het toch wel even moeilijk
mee hebben. Vele NGO’s en vrijwilligersorganisaties komen hier nog
steeds waterpompen installeren. Toch zie ik langs de weg meer GSM-masten
dan waterpompen. Ergens klopt dit plaatje niet. Vele huisjes zijn niet
aangesloten op het elektriciteitsnet, en men gebruikt dan maar een accu om
de smartphone of tablet op te laden! Slechts enkele gezinnen kunnen zich een
auto veroorloven, maar de weinige auto’s die er dan rondrijden, zijn
meestal zeer recente en dure SUV’s. Zijn deze auto’s hier dan zo goedkoop?
Niet alle kinderen kunnen het zich permitteren om school te volgen, toch
zie je meerdere jongeren van amper 10 à 12 jaar met een eigen bromfiets
naar school gaan. Wanneer je ziet in wat voor armzalige houten hutten
de mensen moeten leven, zou je medelijden krijgen. Toch zien we enkel
vrolijke en ogenschijnlijk gelukkige families in de schaduw van hun
stulpje samen eten of gewoon in hun hangmat liggen en ondertussen maar
tateren met de rest van de familie. In België zou men dat (met een
uiteraard Engelse term) ‘Quality Time’ noemen.
Zo’n
10km voor de grensovergang zien we aan de andere kant van de weg een
backpacker, een Israëliër, die van Laos komt. We wisselen met hem onze
laatste Riel en enkele Dollars voor Laotiaanse Kip. Ook deze keer is de
grensovergang voor de zoveelste keer niet meer dan een formaliteit, we
moeten langs twee loketten passeren om onze visa in orde te krijgen. Aan
het eerste loket hangt een lijst met het visumtarief per land, en
daarnaast een apart papier dat er nog 1$ per persoon extra moet betaald
worden voor administratie. Daarna moeten we nog eens langs een tweede loket waar we nog eens 2$ per persoon moeten betalen om onze paspoorten
terug te krijgen. Uiteindelijk betalen we 76$ voor onze visa, maar we
geloven echt niet dat de extra gevraagde dollars deel uitmaken van de
officiële procedure; maar daar gaan we nu echt niet moeilijk over doen.
Onze
allereerste indruk van Laos is dat het wegdek veel beter is, de huizen
er over het algemeen minder armzalig uit zien, en dat de winkeltjes langs de
weg veel meer te bieden hebben.
De stofferige weg naar de grens.
Kinderen zorgen al voor kleinere broer of zus.
Wachten op het overzetbootje.
Een primitief overzetbootje op de Mekong bracht ons naar Khong Island.
We
zijn al vroeg wakker maar wachten tot het daglicht begint te worden,
de muggen niet meer actief zijn, en we veilig van onder onze klamboe
kunnen komen. Omdat het nog te vroeg is, fietsen we 15km met een nuchtere
maag vooraleer we een kraampje langs de weg tegenkomen waar we als
ontbijt een kom noedelsoep kunnen eten. Onze voorlaatste rit in
Cambodja is qua landschap niet veel soeps. Het is behoorlijk dor en op
vele plaatsen is het afgebrand, of is het afgestookt? Het is ook erg dun
bevolkt. We horen nog maar weinig kinderen langs de weg roepen, en
zelfs de honden kijken naar ons op omdat ze minder tweewielers gewend
zijn. Langs de weg zie je voor vele huisjes kleine accu’s staan. De
meeste huizen hebben geen elektriciteit, en voor de weinige stroom die ze
nodig hebben gebruiken ze een accu. Iemand heeft er zijn broodwinning
van gemaakt, en reist op een bromfiets met aanhangwagentje om de lege
accu’s te vervangen door volle, en zo te zien is het vandaag dat hij of
zij langskomt. We hebben allebei een hongerige dag, want na de noedelsoep
van vanochtend, eten we later op de dag nog eens een bord rijst met
groenten, ’s namiddags een Indische curryschotel in een restaurantje, en
’s avonds nog eens twee broodjes met geroosterde balletjes en stukjes
praktisch verbrande lever. Aan onze kamer in het guesthouse hebben we
een terras, en we profiteren er van om nog eens zelf onze was te doen,
vooral ons ondergoed. Zo kunnen we morgen weer met allemaal propere kleren
de grens over.
Kinderen spelen met eigen gemaakt speelgoed.
Er wordt ook eten langs de weg verkocht waar wij voorlopig nog voor passen.
Wanneer
we om 7u op de fiets vertrekken in Kratie voelt het voor de afwisseling
eens behoorlijk fris aan. Er resten ons nog zo’n 200km tot de grens met
Laos, met onderweg nog slechts één plaats van enige omvang waarvan we
zeker zijn dat er overnachtingsmogelijkheden zijn, Stung Treng. Op
Google Earth vond ik wel een foto in O Krieng met als bijschrift
guesthouse. We vertrekken op hoop van zegen dat we dat daar gaan vinden. Na 74 km met wind op kop. Het wegdek valt best mee, op een onverharde
strook van 5km na met veel keien en stof, en haast niet te fietsen. We
halen dan ook voor het eerst onze mondmaskers boven, en zo komen we aan in O
Krieng. Het is een klein plaatsje met hooguit wat huizen langs de grote
baan. Aangezien het middag is, gaan we wat eten in een klein eethuisje
langs de baan. In gebarentaal proberen we duidelijk te maken dat we op
zoek zijn naar een plaats om te slapen. De dame wijst naar de overkant
van de straat, en ja we hebben geluk. Het is ook een eethuisje, maar tevens voorzien van
enkele kamers waar toevallige passanten kunnen slapen. Net zoals vrijwel
alle huizen hier in de streek, is ook dit eethuis volledig opgetrokken
in hout. We kunnen zeggen dat we logeren in een kamer volledig in
massief tropisch hout. Een plafond heeft de kamer niet, want we kijken recht
tegen het golfplaten dak aan. In de kamer staat enkel iets wat een bed
moet voorstellen, een wankel houten verhoogje waarop een rieten mat
ligt. Een badkamer is er ook niet. Om ons te wassen zouden we gewoon wat
water uit een bak moeten scheppen. Het wordt dus een kattenwasje. Voor
het toilet (Frans type) moeten we ergens over een overloop naar achter.
Aangezien er ons nog 66km resten tot Stung Treng is onze keuze vlug
gemaakt, we blijven.
Voor
ons zijn alle dagen van de week gelijk, maar vandaag nemen we de zondag
eens als een dag waar hij echt voor dient, als een rustdag. We slenteren
wat door de stad en over de boulevard langs de Mekong rivier. We kopen
wat brood en groenten op de markt, en even verderop een kippetje aan het
spit. Je kan wel degelijk spreken van een kippetje want het zijn wel
degelijk kleine magere dingetjes. Het zouden haast evengoed duiven
kunnen zijn, ware het niet dat je ze nog kunt herkennen aan hun lange nek
en kop die mee gebraden wordt. We proberen te skypen met de
kinderen, het lukt ons nog net, tot de internetverbinding bezwijkt onder
het veelvuldig gebruik door andere gasten in het hotel, veelal jonge
backpackers. Tegen de avond zetten we ons op een muurtje aan de oever van de Mekong en genieten van de zonsondergang.
Om
6u30 verlaten we al het hotel, en amper 25 minuten later duwen we onze
fiets al van de veerboot aan de andere kant van de Mekong. Het is
alsof we plots weer in een moslim land terecht komen, vrouwen met een
hoofdoek en mannen in witte djellaba aan de moskee. Tijdens het traject
van vandaag passeren we zeker 5 moskeeën, één katholieke kerk en van de
tempels zijn we de tel kwijtgeraakt. De moskeeën zijn sobere gebouwen
maar aan de tempels is het een en al glitter, terwijl de meeste
mensen er rond in schamele hutten wonen. Het wordt vandaag weer eens
een schitterende tocht langsheen kleine dorpjes en steeds weer die
‘hello’ roepende en zwaaiende kinderen. Ook al hebben we al honderden
keren op een dag moeten terugzwaaien, toch blijf je het doen want je wil
geen enkel kind teleurstellen, vooral als je ziet hoe sommigen gewoon uit
de bol kunnen gaan. Ook de volwassenen weten dat te waarderen, te zien
aan hun brede glimlach.
Al
van voor zonsopgang zitten er al veel mannen in het eethuis onder het
hotel, of moeten we het tv-zaal noemen. Er staan vier TV’s, en op elk
speelt er een andere zender. De mannen drinken gewoon een thee terwijl
ze naar TV kijken. De zon schijnt laag in onze ogen wanneer we om 7u het stadje uitrijden waar kinderen al op hun fiets naar
school gaan en de markt al op volle toeren begint te draaien. De
wind maakt het ons bij momenten wel eg lastig, en naar het einde van deze
rit van 60km begint het weer een beetje heuvelachtig te worden, en dat
is al zo lang geleden dat we het ons al niet meer kunnen herinneren. We
komen weer aan de Mekong, de komende dagen en weken zal deze rivier
nooit ver weg zijn. We gaan hem stroomopwaarts blijven volgen tot diep
in Laos. Om 12 uur kunnen we al inchecken in een guesthouse. Na de
douche gaan we op zoek naar iets eetbaars, maar bij een temperatuur van
ruim 35° zitten we weer vlug op onze kamer met airco. Aangezien er op
onze kamer geen koelkast staat, doen we wat iedereen hier doet, en kopen
een klomp ijs om in ons multifunctioneel opvouwbaar wasbakje te plaatsen. Altijd
handig voor de was en de afwas, en zeker vandaag omdat onze kamer hier
geen wasbakje heeft.
Vrachtwagens worden voor personenvervoer gebruikt,
Vannacht
kwamen er vreemde geluiden uit de airconditioning, bleek dat enkele
gekko’s er hun intrek in hadden genomen. Dat moet toch voor hen toch maar een koude
bedoening zijn. De rit van vandaag is vergelijkbaar met deze van
gisteren. Ook vandaag hoeven we onze mondmaskers niet boven te halen. We
blijven over mooi asfalt rijden, met uitzondering van het stukje in de
provinciehoofdstad Kampong Thom. We komen een Engels koppeltje op een
tandem tegen dat ook voor een jaar onderweg is en onze route in
tegengestelde richting willen fietsen. Zij dragen beiden een stofmasker. Ze komen van Pnom Phen in het zuiden, wij draaien morgen naar het
noorden. Toen we in Vietnam fietsten hadden we haast constant wind in de
rug, maar sinds we in Cambodja fietsen is de wind al altijd uit de verkeerde
hoek gekomen. We maken nochtans een lus, maar de tegenwind blijft steeds
mee draaien. Het voordeel is wel dat dit voor enige afkoeling zorgt, en dat
is meegenomen want de zon brandt weer hevig. Vanuit Phnom Penh zijn we
langs de zuidkant van het Tonle Sap meer naar Siem Ream gefietst, en nu
fietsen we langs de noordelijke kant. We vinden deze laatste route veel
mooier en rustiger om te fietsen. Onderweg kom je van het ene typische dorpje in
het andere terecht. Het zou het Bokrijk van Cambodja wel kunnen zijn.
Het
is al 5 dagen geleden dat we nog eens gepakt en gezakt op de fiets
zaten. Aanvankelijk dachten we vandaag een etappe van 63 kilometer te
rijden tot Kampong Kdei, maar de fietsomstandigheden zijn zo goed dat we
er toch 98 kilometer van maken tot Stoung. We verwachten er ons wel aan
dat we de komende dagen nog langs stofferige wegenwerken moeten
passeren. We hebben ons dan ook enkele stofmaskers aangeschaft, maar
voorlopig is daar nog niets van te merken integendeel, het wegdek is
perfect. Het wordt een aangename rit omdat er heel wat te
beleven valt. Op een gegeven ogenblik staan er langs de weg tientallen
kraampjes waar er stukken bamboe geroosterd worden. Het intrigeert ons,
en we stoppen aan een kraampje. Want we willen toch wel weten wat het
precies is. … bamboe gevuld met een mengsel van kleverige rijst,
kokosmelk en een soort kleine bruine bonen. De vrouw die het verkoopt
moet ons wel even voordoen hoe we eerst de bamboe eraf moeten pellen.
Het smaakt lekker en is zeker voor herhaling vatbaar. In Siem Reap
hebben we onlangs nog iets nieuws geproefd: krokodillenvlees, zij het
dan in kleine hoeveelheid verwerkt onder gebakken rijst, maar ook dat smaakte
prima.
Het Angkor tempelcomplex is zo gigantisch groot dat we er drie
dagen voor nodig hebben om het te bezoeken. Met een oppervlakte van 126,6 hectare is het dan ook het grootste
religieus monument ter wereld. Dé trots van Cambodja, en terecht is het
UNESCO werelderfgoed. Men heeft hier wel een erg handig ticket systeem
bedacht. Het ticket is in feite en persoonlijke batch mét foto waarmee
je gedurende drie willekeurige dagen binnen een periode van een week het
tempelcomplex kan bezoeken. Minder handig is de Lonely Planet
reisgids, de massa informatie over Angkor is niet echt overzichtelijk
samengesteld. We raken er niet goed aan uit en weten aanvankelijk ook
niet hoe we het moeten aanpakken om in drie dagen het beste er uit te
halen, maar na enige tijd vinden we toch wel onze weg. Op dag een
fietsen we langs het ‘Grand Circuit’ waarbij je langs de buitenste
tempels komt. Het tempelcomplex ligt in een prachtig natuurgebied waar
het heel aangenaam fietsen is. De tweede dag fietsen we langs de twee
meest bezochte tempels: ‘Angkor Wat’ en ‘Angkor Thom’. Het is er zeer
druk, de meeste toeristen bezoeken in eerste instantie deze twee
tempels. Toch vinden wij de tempels aan de buitenkant, die we de eerste
dag bezochten, minstens even mooi. Op dag drie willen we ‘Banteay Srei’
en ‘Kbai Spean’ bezoeken maar deze liggen respectievelijk op 37km en
45km ten noorden van Siem Reap, en daarom laten we onze fietsen even aan
de kant en nemen een Tuk-Tuk. Bij de tempel van ‘Banteay Srei’ zie je de
mooiste sculpturen. Voor ‘Kbai Spean’ (sculpturen in een rivier) moeten
we eerst zo’n 2km langs een voetpad door de jungle, op zich al een
ervaring, al was het maar om onderweg eens de echte geluiden van de
jungle te horen. Aan het eind van dit driedaags tempelbezoek mogen
we toch wel stellen dat dit een hoogtepunt was van heel onze reis,
misschien wel het mooiste wat Zuid Oost Azië te beiden heeft. Wie meer wil weten over de tempels van Angkor vindt heel wat informatie op internet, o.a. hier bij wikipedia We hebben geprobeerd om het zelf wat in beeld te brengen aan de hand van een reeks foto’s en een filmpje: