Als
we ’s morgens vertrekken weten we nog niet tot waar we zullen fietsen.
Worden het 62km tot Phichit ofwel 96km tot Taphan Hin. Het traject dat
we uitgestippeld hebben is niet het kortste, want dat loopt langs een
grote weg. We fietsen langs kleine rustige wegen tussen de velden van
dorpje naar dorpje. Dit is wat we het liefst doen, we vinden dit veel
leuker dan al die bezoeken aan zogezegde toeristische trekpleisters. Er
staat wat wind op kop die in het begin van de dag nog wat verkoeling
brengt, maar gaandeweg wordt het steeds meer hete lucht. In de namiddag
moeten we haast om de 10km stoppen om wat afkoeling te zoeken. Geregeld
water over ons hoofd gieten helpt, maar ook daar moeten we voorzichtig
mee zijn, want als dat water uit een tuinslang komt kan dat zó heet zijn
dat je je er aan kan verbranden. Wanneer ik achteraf nog eens naar de
weersvoorspelling ga kijken, blijkt dat we het deze dagen zullen moeten
stellen met temperaturen van 43°C. Ondanks deze hitte zijn we er toch
nog in geslaagd om 96km te fietsen. We zullen de komende dagen toch wat
voorzichtig moeten zijn.
Vandaag is onze
belangrijkste betrachting om er voor zorgen dat we ons visum
voor Thailand met een maand kunnen verlengen. Omdat het bijna 12u is
wanneer we door Phitsanulok rijden, en niet weten of het ‘Immigration
Office’ onder de middag sluit, reppen we ons om er nog op tijd te zijn. Onnodig zal blijken, want het is blijkbaar alle dagen van de week
doorlopend open van 8u30 tot 16u30. Dat gehaast heeft er wel voor
gezorgd dat het zweet van ons afdruipt terwijl we de nodige formulieren
moeten invullen. Blijkbaar geen probleem voor de bediende die ons
daarbij helpt. De verlenging is op zich maar een formaliteit, en amper
een half uur later is alles al in orde. Het is wel een duur half uurtje
want het kost ons 1.900 Baht per persoon, omgerekend is dat voor ons
samen zo’n 97 Euro. We hebben nu tot 10 mei de tijd om de +/- 1.700 km
te overbruggen die ons nog scheiden tot de grens met Maleisië.
Om
6u30 trekken we onze fietsen weer op gang, en om 8u stoppen we al voor
een noedelsoepje. Niet abnormaal als je vertrokken bent met enkel een
yoghurtje als ontbijt. Ons plan was om vandaag de 70km tot Sukhothai
te fietsen, daar een onderdak te zoeken, en dan in de namiddag zonder
bagage tot het historisch park te fietsen zo’n 13km buiten de stad. Het
is echter zo bloedheet dat we dat laatste laten vallen en ons gewoon
terugtrekken in onze chalet. In het resort waar we zitten is er ook een
klein zwembad. Tegen de avond trekken we ons badpak aan voor een
verfrissende duik. Het water is zo warm dat we er een hele tijd in
doorbrengen, en ondertussen babbelen met andere gasten, zodat we weer heel
wat hebben opgestoken over de omringende landen hier. Bij MJ haar fiets is
het middelste tandwiel vooraan dringend aan vervanging toe. De laatste
dagen zijn we al meermaals gestopt bij een fietsenmaker maar telkens
krijgen we als antwoord ‘I have not’. Nochtans heb ik hetzelfde
onderdeel al eerder probleemloos laten vervangen in Laos. Moeilijk te vatten als je bedenkt dat Thailand meer fietswinkels heeft dan Laos. Voorlopig is het voor MJ nog geen probleem, want
ze kan zich bij het fietsen nog altijd beperken tot de twee buitenste
tandwielen.
We
hadden onze fietskledij al aan en onze zakken waren al weer ingepakt,
toen we in laatste instantie toch nog beslisten om hier een dag langer
te blijven. Zo hebben we de mogelijkheid om met een lege fiets het ‘Si Satchanalai Historical Park’
te bezoeken dat zo’n 14 kilometer van ons resort is gelegen. Het feit
dat we momenteel ideaal logement hebben heeft ook meegespeeld in onze
beslissing. De resorts waar we hier al mee kennismaakten hebben meer
iets van een motel. We kunnen met onze fiets tot aan de deur van de
kamer rijden. Geen gesleur met al onze fietszakken, soms meerdere verdiepingen
naar omhoog, na een vermoeiende fietstocht is geen sinecure. We moeten
bij onze planning van de komende dagen er wel rekening mee houden dat we
ons visum tegen uiterlijk 10 april moeten verlengen, iets wat alleen
maar kan in enkele steden waar er een ‘Migration Office’ is.
Enkele foto's uit het Si Satchanalai Histrical Park
Kleine
wegen door een dunbevolkt gebied maakt dat het een zeer rustige etappe
wordt doorheen een prachtig exotisch landschap. Het is volop genieten
van de weelderige tropische plantengroei die ons maar blijft bekoren.
Het fluiten van de vogels maakt het plaatje compleet.
We
dachten dat het voor onze blogvolgers misschien leuk zou zijn om eens
een doorsnee dag in beeld te brengen, een dag zoals het leven voor ons
is.
We
moeten weer een tijdje langs de 'Highway' fietsen, maar in tegenstelling tot gisteren, is het vandaag erg rustig. We moeten ook nog twee langere
beklimmingen van respectievelijk 9km en 13 km verwerken, maar ze gaan zeer
geleidelijke omhoog, aan een gemiddelde, ik schat 5 à 6%. Dit zou wel
eens de laatste lange klim voor een tijdje kunnen zijn, want een
vooruitblik op de kaart toont minder reliëf voor de volgende dagen, wat
niet wil zeggen dat het daarom makkelijke etappes worden, want korte
opeenvolgende heuveltjes kunnen best ook afmattend zijn. De laatste dagen
komen we ook geregeld Thaise wielertoeristen tegen, niet in groep zoals
thuis, maar wel individueel, en de meesten zijn volledig gekleed met
gezichtsmasker als bescherming tegen de zon. We zijn nu al wekenlang
aan het fietsen bij temperaturen tussen de 35 en 40°C. Het blijft elke
dag weer zweten, maar toch hebben we de indruk dat we het al beter kunnen
verdragen.
Vandaag
een rit van 101 kilometer met als voornaamste ingrediënt : Highway. Lange
rechte wegen met voorbij razend verkeer. Gelukkig is er in het
middenstuk nog een heuvelzone waardoor het toch nog enigszins
aantrekkelijk blijft. Automobilisten in Thailand hebben niet de
gewoonte om snel te toeteren, behalve toen ik vandaag boven op een berg
stond te wachten op MJ, en het me opviel dat de meeste chauffeurs heel
even kort toeterden. Ik vermoed dat het was vanwege een gebedstempeltje
langs de weg. De meest verspreide warenhuisketens zijn ‘7-Eleven’ en
‘Tesco’. Zowat de enigen die de wettelijke uurregeling voor de verkoop
van alcoholische dranken strikt volgen. Zo stond ik eens om 16u58 aan
een kassa van een ‘7-Eleven’ en ik moest wachten tot er 17:00 uur
verscheen op de kassa vooraleer men het flesje bier wilde of kon
inscannen.
Chiang
Mai is een stad met tal van tempels in het oude stadsgedeelte. Het
wordt dus nog eens een dagje tempels bezoeken. We kunnen er nog steeds
van genieten, ook al bereiken we stilaan ons verzadigingspunt wat tempels
betreft.
Toen
we vannacht naar het toilet wilden, moesten we wel even uitkijken, want
in ons badkamertje zaten er niet alleen gekko’s, maar ook nog reuze
kevers die zo’n 4 à 5 cm lang zijn. Om 4u45 worden we gewekt door de gong in de tempel vlak naast ons guesthouse. We
weten dat er in de etappe van vandaag stevig moet geklommen worden in
de eerste 42km, maar ondanks dat gaan we ons toch nog eens wagen aan een
afstand van 100km. Toch zal het nog zwaarder uitvallen dan verwacht, want
verderop zitten er ook nog heel wat korte pittige hellingen. Volgens
de weersvoorspelling zou het vandaag, net als gisteren, 37°C warm worden, maar
omdat de zon vandaag veel nadrukkelijker aanwezig is, ligt de
gevoelstemperatuur een flink stuk hoger dan gisteren.
Ons
volgend belangrijk target is Chiang Mai, dat we in twee à drie dagen
hopen te bereiken. In de regio waar we nu door fietsen zijn er veel
natuurparken, niet de spectaculaire oerwouden zoals we die hadden in
Laos, maar wel mooie bossen. Tijdens een pitstop na 66km zeggen we
tegen elkaar dat het vandaag behoorlijk vlot fietst en dat we de
resterende 20km wel in één keer kunnen afleggen; of het zou moeten zijn
dat er nog zware hindernissen opduiken, voegen we er al schertsend aan
toe. Dat laatste hadden we beter niet gezegd, want in de resterende
kilometers duiken er onverwacht toch nog enkele lastige hellingen op, in
die mate zelfs, dat we toch nog eens een extra stop moeten inlassen om
wat op adem te komen. In de rit van vandaag zit het venijn dus in de
staart.
In
de wijde omgeving van Chiang Rai zijn er tal van bezienswaardigheden.
Als we die met onze fiets willen bezoeken zouden we meerdere dagen nodig
hebben. Maar deze keer doen we het eens anders, en profiteren van een
dagje als luxe toeristen. We hebben een dagtrip geboekt waarbij we een
privé chauffeur krijgen die ons zal rondrijden. Ons programma kunnen we
zelf grotendeels samenstellen. Wij kiezen voor de volgende
bezienswaardigheden: ‘The White Temple’, ‘The Black House’, ‘Thea Plantation’, ‘Monkey Cave (or Fish Cave Temple)’, ‘The Golden Triangle’, ‘Hall of Opium museum’. De meeste toeristen zouden ongetwijfeld ook kiezen voor een bezoek aan de ‘Long Neck Karen’,
een bergstam die wereldberoemd is voor de vrouwen die metalen ringen
dragen rond hun nek, maar wij kiezen daar bewust niet voor omdat wij er
ons ongemakkelijk bij voelen om mensen te gaan bewonderen als een
curiosum. Ook het feit dat deze mensen door de toeristische industrie
van Myanmar naar hier gehaald zijn en hun dorp zelfs niet mogen verlaten,
en ook nog aangemoedigd worden om zoveel mogelijk ringen te dragen.
Terug keren naar Myanmar is geen optie, want dan vrezen ze geëxecuteerd
te worden. Dit soort industrie willen we niet ondersteunen. Onze
chauffeur rijdt op de expresweg nooit harder dan 90km per uur, en toch
hebben wij het gevoel dat het verschrikkelijk snel gaat. We zijn
duidelijk niet meer gewend aan zo’n hoge snelheden. De dag dat ik zelf
weer eens met de auto moet gaan rijden, zal het wat tijd vergen om er
weer aan te wennen.
Onze privé chauffeur.
The White Temple.
The Black House.
Thee plukster.
Bezoek aan White Temple / Bouddha Cave / Golden Triangle
Een
korte etappe, langs opvallend rustige wegen, brengt ons vandaag tot in
het stadje Chiang Rai. In de namiddag maken we een stadswandeling langs
enkele tempels; maar het interessantste is voor ons toch wel het ‘Hill Tribe and Ethnographic Museum’. Het is een relatief klein en sober
ingericht museum, maar je krijgt er een schat aan informatie over de
verschillende bergstammen die in het noorden van Thailand leven.
Sommigen zijn overgekomen uit Laos, China en Myanmar. We hebben nu meer
info over de dorpen die we doorfietsten in Laos. Aangezien we al eens
eerder even in Thailand waren, is het deze keer makkelijker om ons aan
te passen. Wie het in zijn hoofd nog niet heeft verleerd om in Belgische
frank te rekenen zou het ook makkelijk hebben, want de Thaise Baht is
ongeveer evenveel waard als destijds onze Belgische frank. Ons helpt het niets, want
wij hebben het rekenen met de frank al lang achter ons gelaten. Terug
in Thailand betekent weer meer luxe, en winkels waar van alles en nog wat
te kopen valt.
Vandaag
gaan we weer de grens oversteken van Laos naar Thailand. Enkele
kilometers voor de grenspost stoppen we nog eens aan een klein winkeltje
voor een laatste ‘Beer Lao’. De resterende KIP (munteenheid van Laos) geef ik cadeau aan de
vrouw van het winkeltje die net bezig is met het verwerken van een pas
geslachte hond. Voor een laatste keer zwaaien we naar de kinderen en
roepen nog eens ‘Sabaidee’ (hello), maar voor ons betekent het deze keer 'Vaarwel'. We kunnen met een zeer positief gevoel terugblikken op onze
tocht van Zuid naar Noord door Laos. Vooral de prachtige natuur van het
Noorden kon ons het meest bekoren. Het Noorden is toeristischer dan Centraal en Zuid Laos, waardoor er ook veel meer te kopen valt. Toch heb
je naast de toeristische trekpleisters nog de authentieke bergdorpjes
waar mensen nog op de traditionele manier leven. Deze keer is het
‘Friendship Bridge IV’ die de grensovergang vormt tussen Laos en
Thailand. We mogen echter niet al fietsend over de brug, maar
we moeten weer eens de bus nemen. Omdat het vandaag weekend is, moeten we
in Laos 1$ per persoon administratiekosten betalen, en de bus kost ons nog
eens 4$ per persoon. Aan de kant van Thailand krijgen we wel weer een
gratis visum voor 15 dagen.
Er
zijn twee mogelijkheden om tot in het grensstadje Houayxay te geraken:
we kunnen er naar toe fietsen, of we kunnen een boot nemen over de Mekong
rivier. Als we kiezen voor het fietsen, zijn het nog 450 loodzware
kilometers door de bergen van noord Laos in tropische temperaturen. Dit,
en de wetenschap dat er later in het noorden van Thailand nog bergen op
ons liggen te wachten, doet ons besluiten om toch maar te kiezen voor de
Mekong rivier. De ‘Slow Boat’ doet er twee dagen over van Luang
Prabang tot Houayxay met een overnachtingsstop in Pakbeng, een klein
plaatsje van amper één straat groot, maar dat volledig leeft van de
bootpassanten. Je hebt hier dan ook een ruime keuze aan restaurantjes en
guesthouses. Het aan land gaan in Pakbeng is voor ons weer een kleine
nachtmerrie, want we moeten weer met al onze spullen langs een zandberg
omhoog klauteren. Gelukkig vind ik al snel drie Laotianen die tegen
betaling maar al te graag willen helpen. De volgende ochtend ligt onze
boot ergens anders aangemeerd, maar dan moeten we eerst door een andere
boot om op de onze te geraken, en ook dan zoek ik hulp. Gedurende twee
dagen zitten we ongeveer negen uur op de boot, maar we vinden het alles
behalve een saaie bedoening. Het is genieten van de wondermooie natuur
en het leven langs de Mekong. Sommige dorpen liggen zo afgelegen, dat ze
enkel via de rivier bereikbaar zijn. Geregeld moet de boot aan de kant
om enkele Laotianen op te pikken of af te laden. Het is niet altijd
makkelijk om een plaats te vinden waar de passagiers met al hun bagage
op of af de boot kunnen klauteren. De Mekong is een machtige rivier met
sterke stroming, stroomversnellingen en vooral veel verraderlijke
draaikolken. We zijn uiterst tevreden dat we ervoor gekozen hebben om
met een boot de Mekong stroomopwaarts te varen, want we zijn weer een unieke
ervaring rijker, en we kunnen het iedereen aanbevelen.
Onze boot voor de eerste dag.
Net afgeladen in een van de dorpjes.
Onze fietsen worden stevig vastgemaakt op het dak van de boot.
Elke ochtend, vlak na zonsopgang, kleuren de straten in Luang Prabang oranje van de monniken die op ronde gaan. De alm verwijst naar de pot die met een soort touw over hun schouder hangt, en waarin mensen langs de straat eten kunnen in doen. De mannen mogen recht staan, de vrouwen moeten neerzitten en mogen de monniken niet aankijken. Er wordt vooral rijst gegeven, en het is het enige maal voor de monniken voor die dag. De monniken delen ook uit aan de aller armsten en hun kinderen. Door eten te geven aan de monniken, hopen de gevers op een beter leven bij hun wedergeboorte. Deze ceremonie is geen unicum voor Luang Prabang, maar gaat ook door in heel het land, en zelfs de buurlanden met het Theravada Boeddhisme als godsdienst. Iedere dag, in de late namiddag, wordt een van de belangrijkste straten in de stad afgesloten voor het verkeer, en wordt alles in gereedheid gebracht voor de avondmarkt. Er worden tientallen eetkraampjes opgezet, waar je voor een appel en een ei kunt eten. Ook tentjes waar men lokaal geproduceerd handwerk kan kopen. Een echt Nirvana voor wie op zoek is naar souvenirs.
Wie
uitgebreid Zuid-Oost Azië bezoekt, ontsnapt niet aan het groot aantal
aanbiedingen voor ‘Elephant Riding’. Vijftien kilometer buiten Luang
Prabang is er een ‘Elephant Village’ waar oudere olifanten een tweede
leven krijgen dikwijls na zwaar labeur elders. Het bezoek aan een
elephant camp is dikwijls onderdeel van een dagtrip, maar wij fietsen er
gewoon naartoe. Zo’n rit op de rug van een olifant is weer eens wat
anders. Vooraf was MJ er niet zo zeker van of ze het wel zou durven, maar
er is absoluut niets om bang van te zijn. Je neemt plaats in een
zitbank voor twee personen en je krijgt nog eens een gordel om ook. De
begeleider zelf zit vooraan in de nek van de olifant. Halverwege vraagt
de begeleider mijn fototoestel om wat foto’s te nemen van ons, en vraagt
aan mij of ik zijn plaats wil innemen in de nek van de olifant. Heel
even twijfel ik, maar zo’n unieke kans laat ik niet liggen !
Wanneer
we gaan ontbijten, is de Australische wildkampeerder er ook al. Het is
maar een kort ritje tot Luang Prabang. We zijn al zo vroeg in het
hotelletje, dat we nog een uurtje moeten wachten tot de kamer gekuist is. Luang
Prabang is een van de belangrijkste toeristische trekpleisters in Laos,
en is tevens erkend als Unesco werelderfgoed. Wie graag tempels bezoekt,
komt hier zeker aan zijn trekken. Anders dan Vientiane heeft het eerder
iets weg van een provinciestadje, veel groen en overal kleine steegjes
waar je kan doorwandelen, een aangenaam stadje om te vertoeven.
De
mannen gaan hier graag op jacht. Op wat ze jagen weet ik niet, ik heb
nog geen enkele keer een schot gehoord in de bossen, of een jager met een
buit zien huiswaarts keren. Ze hebben anders wel indrukwekkende geweren
met onderaan een lader voor 20 à 30 kogels. Ik ken niks van wapens, maar
weet zeker dat je met iets dergelijks in België niet over straat mag
lopen, en zeker al niet in de huidige tijden van terreurdreiging. En als
het geen geweer is hebben ze wel een gevaarlijk kapmes aan hun heup
hangen. Bij een bergrit ben ik goed voorbereid, en daarom noteer ik
het profiel van de rit op een klein stukje papier dat ik dan op mijn
stuurtas plak. Dit was het schemaatje van de rit van vandaag: p 1km – 1429mq 22km – 360mp 37km – 1049mq 52km – 300m Tegen
de avond zien we van op onze kamer een trekker zitten in het
restaurant. Nieuwsgierig als we zijn gaan we er ook nog iets drinken,
als we zien dat het een wildkampeerder is, vragen we hem of hij iets wil
drinken met ons. Het is een Australiër op trektocht voor 5 maanden. Het
feit dat hij al een tijdje onderweg is, zie je aan zijn vuile en
gehavende kleren. Het is al bijna donker wanneer hij terug vertrekt op
zoek naar een slaapplaats in het bos.
Ook
vandaag staat er weer een bergrit op ons programma. Bij dergelijke
etappes proberen we de afstand toch te beperken tot zo’n 50km per dag. Dagen na elkaar langere etappes afleggen in deze omstandigheden, zou zich
vroeg of laat toch wreken. Het zijn heel rustige wegen door de
bergen. In de dorpjes onderweg houden we geregeld halt. Het is zondag en
dit is blijkbaar de dag waarop iedereen zich gaat wassen aan de
gemeenschappelijke badplaats in het midden van het dorp. Het is er dan
ook erg druk. Zeker vandaag nu er blijkbaar ook verkiezingen zijn. Het
is fascinerend om te zien hoe de mensen hier leven, tot ik bij een van de
stops even door de straat wandel, en moet zien op welke barbaarse manier
men een hond aan het slachten is. Ik bespaar jullie de details, lang
kon ik het niet aanzien. Ik werd er bijna misselijk van, zelfs nu nog
als ik er aan terugdenk. Dit tafereel had ik liever niet gezien. Mijn
mooi idyllisch plaatje van Laos en de kleurrijke bevolking krijgt
hierdoor wel een flinke deuk. Toeristen die een georganiseerde reis
maken, of backpackers die met openbaar vervoer van de ene plaats naar de
andere reizen, blijven meestal gespaard van dit soort taferelen. Al
fietsend zie je veel meer, maar het is niet altijd even fraai.